Red de volkstuinen van Sittard

 

Sittard-Garden-Saving-The-Gardens.jpg
Foto van de volkstuinen, afkomstig van Sittard 365

Als kind heb ik de volkstuinen aan de wal van Sittard leren kennen als een magische plek, met mysterieuze paadjes en onverwachtse doorkijkjes. Een stukje levende geschiedenis in het groen, zoals ik tegelijkertijd leerde. Natuurlijk heeft niet iedereen de stadsarchivaris van Sittard-Geleen als vader, om tijdens wandelingen dit soort plekken tot leven te wekken. Dat ik niet de enige ben die de volkstuinen bijzonder vindt, bleek echter wel uit de meer dan 25.000 handtekeningen die werden opgehaald in protest tegen de plannen van gemeente Sittard-Geleen.

Deze unieke plek, waar de stad en het groen naadloos versmelten en waar mens en dier een rustig toevluchtsoord kunnen vinden, zou aangepast moeten worden. Volgens de plannen van de gemeente zou het paadje verruimd en geasfalteerd moeten worden en de unieke haag zou hiervoor grotendeels worden verwijderd.  Ook zouden zeven van de tuinen moeten worden verplaatst, dan wel verwijderd. De huur van de betreffende tuinen is om deze reden eenzijdig opgezegd, zonder van tevoren enig overleg over de plannen mogelijk te maken. Deze ondemocratische handelswijze wordt gerechtvaardigd met vage praat rond de ‘veiligheid’ en met het mandaat rond Zitterd Revisited, een plan van inmiddels bijna twintig jaar oud. Er wordt geen enkele ruimte gelaten voor dialoog, voor burgerparticipatie of compromis.

Tijdens de raadszitting waarin de tuinen werden besproken, werd blijkbaar onder andere opgemerkt dat een groot aantal van de verzamelde handtekeningen ‘niet eens van mensen uit Sittard-Geleen’ kwam. Ondergetekende is er zo één (woonplaats ten tijde van ondertekenen Den Bosch en inmiddels Arnhem), maar heren raadslieden: je haalt het meisje misschien uit Sittard, maar Sittard daarmee nog niet uit het meisje. De Lahrweg is nog steeds de plek waar mijn hart opspringt, iedere keer dat ik de heuvel over ben en uitkijk over de velden. De markt blijft de plek van mijn eerste avondjes uit en elke straat is me bekend van routes naar school, naar vrienden en familie. Zou mijn huidige woonplek mij dan beletten om me uit te spreken? Ik zou niet weten waarom.

Voor wie het zich afvroeg: het merendeel van de historische verenigingen is inmiddels met de plannen van de gemeente akkoord gegaan. Tijdens de afgelopen Algemene Ledenvergadering van het Koninklijk Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap te Sittard, 22 april jongstleden, zei burgemeester Sjraar Cox nog het volgende over leden van historische verenigingen:

Zij zijn de ‘historische betweters’ die wijzen op het historisch belang […] waardoor de gemeente ook andere keuzes maakt, dan wanneer ze slechts let op de economische afwegingen.

Deze kritische en waardevolle taak hebben de meeste verenigingen verzaakt waar het de tuinen betreft. De rol van ‘luis in de pels’ past een aantal van hen niet, omdat zij het eens zijn met één van de belangrijke onderdelen van het plan van de gemeente: meer aandacht voor de vestinggeschiedenis van Sittard en in het bijzonder Fort Sanderbout.

Door de nieuwste archeologische vondsten is dit fort voor de gemeente ideaal om goede sier mee te maken, des te meer door de nieuwe nadruk op archeologie vanuit de provincie. Dat enkele bestuursleden in historische verenigingen bijzondere interesse hebben voor de vestinggeschiedenis van Sittard, speelt dus zeker mee in de makkelijke wijze waarop zij akkoord zijn gegaan met de plannen. Deze persoonlijke interesse kan hen natuurlijk niet kwalijk worden genomen. De geschiedenis van Sittard als vesting is ook prachtig en – in de vorm van onder andere de wal – nog goed zichtbaar. Wél kwalijk is het feit dat ze hiermee hun taak om alle geschiedenis van Sittard voor het voetlicht te brengen, ernstige schade toebrengen.

Kadastrale Verkenning Sittard 1829, Archief de Domijnen
Uit de Kadastrale Verkenning Sittard (1829), in te zien in Archief de Domijnen

Sittard is een organisch gegroeide stad, met een veelzijdige en interessante geschiedenis. De volkstuinen maken daar deel van uit, net als de vestingwerken. Juist het feit dat Sittard in 1677 haar status als vesting opgaf en een ‘open stad’ werd, maakte de volkstuinen mogelijk. De ene geschiedenis kan niet zonder de andere. Stellen dat de tuinen te jong zijn (bewezen aanwezigheid aan het begin van de 19e eeuw) om van historisch belang te zijn, is een deel van de identiteit van Sittard negeren. De dualiteit binnen de stadsgeschiedenis is nu prachtig te zien: aan de ene zijde kijkt men uit over de schootsvelden en aan de andere kant zien we de open stad. De nieuwe plannen verminken de ene geschiedenis, om de oudere geschiedenis naar voren te schuiven. Een gracht die rond 1500 voor het laatst in gebruik was, wordt belangrijker gevonden dan de uniciteit van een open stad die vergroeid is met het natuurgebied ernaast. Waarop baseren de historici en historisch enthousiastelingen hun keuze voor de ene geschiedenis ten koste van de andere? Hoe zouden ze deze verdedigen? Wij weten het niet, want een open debat is er – ook binnen de historische verenigingen – bij mijn weten niet gevoerd.

Nog los van de historische discussie, zet de gemeente hier overduidelijk een stap het verleden in. De tendens is (en met goede reden!) de afgelopen jaren juist om groen meer de ruimte te geven, om bijenvolkeren te beschermen en om volwassenen én kinderen weer meer in contact te brengen met de natuur. Gemeente Sittard-Geleen gaat hier rechtstreeks tegenin met een plan dat van Sittard nog meer een ontworpen landschap gaat maken, een aangelegd park in plaats van een organisch gegroeide omgeving. ‘Zichtlijnen’ in plaats van mysterie en asfalt in plaats van historie. De historische verenigingen kijken te selectief naar het verleden en de gemeente toont ontstellend weinig oog voor de toekomst. De tuinen lijken van dit dubbele wanbeleid het slachtoffer te gaan worden.

Wilt u iets doen? Morgen wordt er weer gedemonstreerd en er lijkt veel interesse te zijn voor deze bijeenkomst, ook op nationaal niveau.

Wilt u meer weten? U kunt terecht op Facebook  en op de website. Daarnaast heeft EMP News in juni een uitgebreide reportage gemaakt en heeft Fok.nl deze week nog aandacht besteed aan met name de politieke besluitvorming.

19243253_472387053106674_2111479772411460313_o
Afkomstig van Facebook-pagina “Red de tuinen
Advertenties

De Dag van de Schoonmaker

Voordat ik definitief voor de klas belandde, heb ik negen maanden als hulp in de huishouding gewerkt. Ik heb dus enige ervaring als schoonmaakster en heb toen behoorlijk respect voor het werk gekregen. Het is fysiek uitputtend: pijn in de rug wordt na een tijdje meer regel dan uitzondering, zelfs met alle tips over hoe je correct bukt en tilt. Ook voelden mijn handen – door het alomtegenwoordige water/sop – de eerste maanden regelmatig aan alsof ze als papyrus uit elkaar gingen vallen. Het alternatief was om altijd plastic handschoenen aan te hebben, maar heb je dat wel eens gevoeld? No thanks.

Ook emotioneel kon het zwaar zijn, zeker bij cliënten die weinig contact hadden met de buitenwereld door lichamelijke of psychische problemen. ‘Afstand bewaren’ klinkt theoretisch misschien prima, maar is in feite vrijwel onmogelijk. Vaak was het contact meteen diep en waren mensen heel open over hun leven, hun problemen. Je hoeft geen eer meer hoog te houden voor de persoon die je wc poetst. Er ontstaat een zeker vertrouwen als je iemands bed verschoont, zorgt dat een slechtziende zich netjes kan presenteren, wanneer je de urn afstoft van een recent overleden echtgenoot of het kruisje van een doodgeboren kleinkind. De verhalen komen dan al snel. Hulp in de huishouding zijn betekent je niet te goed voelen om ook de smerigste klusjes op te knappen en tegelijkertijd je cliënten in hun waarde laten. Het was mooi werk en ik kwam graag bij mijn cliënten, maar toen ik een baan in het onderwijs vond, was ik toch opgelucht. Ik heb ontzettend veel respect voor de dames en heren die elke dag klaarstaan voor anderen, die regelmatig hun eigen problemen thuis (proberen te) laten en verbergen achter een vriendelijke glimlach.

Nog meer respect heb ik voor al die mensen die dit werk doen zonder het een-op-een contact met degene die ze helpen. De schoonmakers die kantoren schoonmaken, nadat iedereen vertrokken is. De mensen die winkelpanden poetsen na sluitingstijd en onze school, nadat alle leerlingen vertrokken zijn. De schoonmakers die de prullenbakken in het park legen, of in de trein. De schoonmakers die nooit worden bedankt en vaak zelfs niet erkend.

Een paar maanden geleden viel me iets op. Ik stapte in de trein op station Maastricht. Een jongeman kwam de prullenbakken legen en ik zat overduidelijk in de weg. Tegelijk zeiden we ‘sorry’. Ik schoof snel opzij zodat hij erbij kon. Hij keek op, we glimlachten naar elkaar en hij ging weer verder met zijn werk. Ik bleef verbaasd achter. Wanneer was eigenlijk de laatste keer dat een schoonmaker in de trein of op het station oogcontact met me had gemaakt? Ik kon het me niet herinneren. Toch stapte ik toentertijd twee keer per week ’s middags op de trein in Maastricht en werd die dan vrijwel altijd net gepoetst.

Sindsdien ben ik erop gaan letten. Elke schoonmaker die ik tegenkom, of dat nou op het station is, in de trein, op school, op straat… bij allemaal probeer ik hun blik te vangen en ze te groeten. Als ze inderdaad opkijken is het resultaat meestal een grote glimlach aan beide zijden. Maar vaker, véél vaker, kijken schoonmakers naar de grond of strak voor zich uit. De grauwe conclusie die ik na maanden ‘onderzoek’ heb getrokken is deze: ze verwachten niet om gegroet te worden. Ze verwachten niet om gezien te worden.

Dus wil ik iedereen vandaag, op de Dag van de Schoonmaker, vragen om de personen die onze omgeving verzorgen eens écht te zien. Het groeten en glimlachen volgt dan als het goed is vanzelf.

17630036_404890679871598_8964793010060844206_n

Blijkbaar ben ik een feminist

Ik heb mijn moeder afgelopen zomer gechoqueerd. Ik vertelde aan tafel dat ik wel eens mijn sleutels tussen mijn vingers klem, als ik in het donker alleen over straat moet. Mijn moeder begreep niet wat ik bedoelde, dus deed ik het voor: steeds één sleutel tussen twee vingers, zodat ik van me af kan bijten als er iemand op me af komt. Mijn broertje zei droog: “Waarom koop je niet gewoon een boksbeugel?” “Ja, grapjas, omdat ik die niet ga meenemen. Sleutels heb ik tenminste altijd bij me.” Ondertussen keek mijn moeder met open mond van de een naar de ander.

Omgekeerd choqueerde zij mij ook. Tijdens een eerder gesprek sprak zij de (veel gehoorde) woorden: “Ach, het feminisme heeft zijn doelen toch wel bereikt inmiddels?” Nou, vrouwen hebben stemrecht. Dus ja, de Eerste Feministische Golf is geslaagd. Dat mag ook wel, aangezien die al rond 1870 startte. Maar de Tweede Feministische Golf, die vrouwen ook op andere manieren gelijk zou maken aan mannen, die heeft zijn doel nooit bereikt. Delen daarvan gingen bijvoorbeeld ook over seksuele bevrijding en over het uitbannen van (seksueel) geweld tegen vrouwen en zoals we allemaal weten, is dit tot de dag van vandaag niet gelukt. Maar er komt wel steeds meer aandacht voor en steeds meer mensen durven erover te praten: de eerste stap naar meer ertegen kunnen doen. Filmpjes van Slachtofferhulp Nederland over het doorbreken van het stilzwijgen rond seksueel misbruik komen langs op tv. Een dappere Schotse MP, Michelle Tomson, sprak in het Lagerhuis over haar eigen verkrachting. Na de aanklachten tegen Donald Trump over seksuele intimidatie, aanranding en zelfs verkrachting, kwam er een beweging op gang: duizenden vrouwen schreven onder #WhyWomenDontReport waarom zij geen aanklacht hadden gedaan van hun eigen intimidatie, aanranding of verkrachting. Onderstaande afbeelding stond op de Facebookpagina van de World Health Organization op 25 november, de internationale dag voor het uitbannen van geweld tegen vrouwen. Blijkbaar is zo’n dag nog steeds nodig.

25-11-2016-international-day-for-the-elimination-of-violence-against-women-who

1 op de 3? Ja echt, dat staat er. Stel je dat eens voor: van alle vrouwen die je kent, heeft statistisch gezien elke derde vrouw te maken gehad met (seksueel) geweld. Ik wilde het zelf eerst niet geloven, maar heb eens nagedacht over alle dingen die ik weet. Een familielid dat is verkracht, een ander familielid werd fysiek en mentaal mishandeld door haar man, vriendinnen die zijn lastig gevallen. Als dit de verhalen zijn die ik ken (terwijl daar al zelden tot nooit over wordt gesproken), van hoeveel meer dingen zou ik dan niet weten?

Jaren geleden fietste ik alleen naar huis vanuit de stad. Mijn tasje hing aan mijn stuur en was blijkbaar een te grote verleiding voor de man die achter me fietste en die ik niet had opgemerkt. Toen de straat verlaten was, fietste hij vlak langs me en trok het tasje kapot. Daar stond ik dan, midden in de nacht, zonder telefoon, ID-kaart of huissleutels. Hij heeft mijzelf niet eens aangeraakt, maar tot de dag van vandaag krimp ik in elkaar als iemand te dicht langs me komt op de fiets. Ach ja, zoiets gebeurt iedereen wel eens in zijn leven… toch? De rest van dit bericht gaat over wat er is gebeurd in 2016.

Ik fietste weg uit de stad. Mijn vriend ging naar zijn ouders en ik naar de mijne, dus we fietsten ieder een andere kant op. Zo’n minuut later rijden vier tienerjongens op twee scooters langs. De voorste rijdt veel te dicht langs me (weet u nog wat ik daarover eerder zei?) en de achterste jongen slaat me hard op mijn billen. Toen ik daar iets van zei, werd ik uitgelachen door alle vier.

Ik ging paardrijden en stond op een grotendeels verlaten station, veel te vroeg voor de trein. Aan mijn kant van het spoor stond één man, aan de overkant wat dames. De man stond onder het afdakje, maar zag er wat onguur uit, dus ik liep een eindje door. Even later liep hij vlak achter me langs (geen fietsen, maar toch) en ik schrik, maar wil het niet laten merken. Hij gooit iets in de prullenbak en ik ontspan weer; hij had dus een reden om precies daarheen te lopen. Maar dan blijft hij vlak bij me staan en begint een gesprekje, ook nog over vreemde dingen (onder andere dat hij iets op het spoor wil gooien). Ik reageer op zijn begroeting nog vriendelijk, al snel kortaf en uiteindelijk helemaal niet meer. Hij geeft niet op. Uiteindelijk zeg ik hem dat ik het prettiger zou vinden om gewoon in m’n eentje op de trein te wachten. “Dat doe je toch? Ik sta toch niet bij je, alleen naast je.” “Nou, ik heb liever dat je weer daarachter gaat staan.” “Dit is een vrij land, ik kies zelf wel waar ik sta!” Tegen die tijd zie ik dat de dames aan de overkant ons in de gaten houden en ik weet wat ze denken: ‘arme meid’, ‘gelukkig sta ik daar niet’, ‘ik zal maar blijven opletten’, ‘moet ik hier nu iets van zeggen?’ enz. Alles wat ik zelf ook heb gedacht in dit soort situaties, maar hun ogen – op mij gericht – helpen al een beetje. Opeens loopt hij weg. Ik merk dat ik al die tijd al mijn spieren heb aangespannen. Zelfs mijn kaak is verkrampt. Ik bid dat de trein snel komt. Ik heb al bedacht dat ik in de trein bij iemand anders ga zitten, mocht de man weer mijn kant op komen. Ik zal zelfs mijn emancipatie tijdelijk opzij zetten en een sterk uitziende man om hulp vragen. Dan komt de man weer. Hij begint met een compliment over mijn (paardrijd)broek. Ik zeg ‘dank je’ (bang om hem weer boos te maken) en draai me dan weg. De vrouw die recht tegenover me staat, grimast even naar me. De man reageert beledigt. Ik kan me na een kleine tirade van zijn kant niet meer inhouden en dien hem van repliek. Ineens kijkt hij me recht aan. “Jij bent zo’n feminist.” Hij zegt het alsof het een vies woord is. Ik weet niet meer wat ik moet: negeren werkte niet, vriendelijk blijven ook niet. Dan rest nog de boosheid die in mij groeit. “Jij weet goddomme helemaal niets van mij. Waarom zou je zoiets zeggen tegen een vreemde. Laat me gewoon met rust!” Hij kijkt me giftig aan. “Je bent zeker weten zo’n vieze feminist, anders zou je nooit zo’n grote bek hebben!” Gelukkig is mijn angst beter te behappen nu de boosheid ermee is vermengt en even later loopt hij terug naar zijn plastic tas. De trein komt ein-de-lijk en ik loop een heel eind bij hem weg en kies een stevig uitziende jongeman uit om bij in de buurt te gaan zitten. Ik sta pas op het allerlaatste ogenblik op bij mijn aankomststation, terwijl ik check of ik de man nog zie. Pas tien minuten later, als ik tussen twee weilanden loop, begin ik te ontspannen. Elke keer dat ik op dat station kom (of een ander klein, verlaten station) kijk ik eerst om me heen wie er waar staat. Ook deze man heeft me niet eens aangeraakt, maar heeft wel al maandenlang invloed op mijn gevoelens en gedrag in sommige situaties.

In februari 2016 werkte ik nog in de thuiszorg en fietste van de ene cliënt naar de andere. Het was maandagmorgen, 11:30 ongeveer en prachtig, zonnig weer. In de verte zag ik een vrouw hardlopen over een voetgangersbrug, een man vlak achter haar. Pas toen ik onder de brug was, ging ik twijfelen over wat ik zag. De man en de vrouw leken niet samen te rennen. Ze had oortjes in en leek hem niet op te merken. Hij rende te dicht achter haar. Hij had geen hardloopoutfit aan. En hij rende raar, een beetje in ganzenpas. Terwijl alle radartjes schakelen, kijk ik achterom en zie nog net hoe de man de vrouw vastgrijpt; zijn broek had hij al op zijn knieën hangen. Ik hoor de vrouw gillen, spring van mijn fiets en ren er op af. Ik blijf maar roepen: “Blijf van haar af! Rot op! Blijf van haar af!” Toen ik hem weer in zicht kreeg, was de vrouw gelukkig weggerend. Ik bleef staan, me ineens bewust van het risico dat ik liep. Zonder haast trok hij zijn broek op, stond me aan te staren en liep toen weg. Ik zocht in mijn tas naar mijn mobieltje en belde met trillende handen de politie. De man bleek het een week eerder ook al te hebben geprobeerd en hij is nooit opgepakt. Die vrouw durft denk ik niet meer alleen te gaan hardlopen en als ze het wel durft, weet ik zeker dat ze bang is. Twee oordoppen in doen? Ik durf te wedden dat ze dat nooit meer doet, net als ik het vrijwel niet meer durf na mijn beroving.

Ik fietste richting mijn schoonouders vanuit het werk en ga dan altijd een klein stukje tegen de richting in op het fietspad, voordat ik een zijweg in kan slaan. Twee jongens op scooters komen me tegemoet rijden. Ze zigzaggen heen en weer. Ik ga opzij (ik zit ten slotte fout), maar ze blijven heen en weer zigzaggen tot ze vlak  bij me zijn. Ik verkramp al van angst, ben mezelf nog uit aan het foeteren dat ik niet zo overdreven moet doen als ik in mijn gezicht wordt gespuugd en wordt uitgemaakt voor hoer.

Ik ben betast met het uitgaan.

Ik ben meerdere keren nagefloten door jongens, die agressieve taal gebruiken als ik ze negeer.

Meneer C. was één van mijn cliënten in de thuiszorg. Een oude, eenzame man. Ik moest vak streng zeggen dat ik weer aan het werk moest, want het liefste dronk hij de hele drie uur thee met me. Toen hij me op een dag als begroeting op een wang kuste, duwde ik hem voorzichtig weg en zei dat ik dat niet wilde. De keer erna deed hij het weer. Ik duwde hem weer weg, dit keer een stuk minder voorzichtig en hij pakte mijn hand en bleef ‘sorry’ zeggen. Ik ging op de bank zitten en hij kwam naast me zitten, zo dicht naast me dat onze benen elkaar bijna raakten en pakte weer mijn hand. Ik trok mijn hand los en schoof weg. Ik dreigde dat als hij me nog één keer aanraakte, ik nooit meer zou komen. Hij huilde toen ik wegging en zei: “Ik hoop dat je niet boos bent.” Ik zei dat ik niet boos was, maar dat ik kwam om te werken en dat ik niet wilde worden aangeraakt. Hij zei eindelijk dat hij het nooit meer zou doen. Voordat ik weer bij hem moest zijn, kreeg ik onverwachts een andere baan. Ik was opgelucht dat ik hem nooit meer hoefde te zien, maar als ik terugdenk aan zijn overduidelijke eenzaamheid voel ik toch vooral veel medelijden.

Ik fietste deze zomer van de supermarkt naar huis. Om mijn wijk in te fietsen, moet ik een redelijk drukke weg oversteken. Het wordt groen en ik stap net op mijn fiets als ik me realiseer dat ik een auto hoor aankomen. “Dit klinkt te hard, waarom stopt hij niet, waarom remt hij niet, die auto gaat te hard” schiet door me heen en ik kijk naar links. Een autootje gaat vol in de remmen, de rook slaat van de banden en de auto slipt even heen en weer, maar… kan nog op tijd stoppen. Vier jongens zitten erin en wat me choqueert: ze zitten te lachen. Was dat expres? Ik fiets snel verder, de wijk in, terwijl de adrenaline door me heen giert en ik zit te trillen op mijn fiets. Dan hoor ik een auto en kijk om. Ze volgen me, terwijl ze eerst niet deze kant op gingen. Ik fiets steeds harder, ben blij met de hoge drempels die hen dwingen om af te remmen. Een auto voor me remt af, de vrouw doet haar raampje naar beneden. “Vallen ze je lastig? Ik blijf wel even naast je rijden.” Ik kan haar wel zoenen. De jongens slaan af. Ik ben bijna thuis en zwaai naar de vrouw. Vlak voor ik bij ons pleintje afstap, zie ik een witte auto in mijn ooghoek. Ze komen een zijstraat uit. Wat moet ik nu? Ik wil niet dat ze zien waar ik woon. Mijn vriend is niet thuis, wat als ze op me afkomen? Gelukkig is het druk bij de friture op de hoek. De jongens kijken eens om zich heen en rijden dan weg. Snel loop ik naar onze voordeur, ga ons appartement binnen en zet de boodschappen op de grond. Minutenlang zit ik op de bank, tot het trillen is opgehouden. Als ik alleen fiets, let ik nu vaak op de auto’s om me heen. Een tijd lang schrok ik bij elke witte auto die langs me reed. Het is niet logisch, maar het gebeurde wel.

Als ik het met vriendinnen over dit soort gebeurtenissen heb, hebben ze allemaal vergelijkbare verhalen. Iedereen kent wel iemand (dichterbij of verder weg) die is aangerand of verkracht. Allemaal worden we wel eens lastig gevallen als we over straat lopen, als we uitgaan, terwijl we boodschappen doen. Allemaal voelen we ons regelmatig onveilig en lang niet alleen in het donker. Allemaal hebben we ‘trucjes’ om ermee om te gaan. Sleutels tussen de vingers, iemand bellen onder het fietsen, doen alsof we iemand bellen onder het fietsen, de telefoon binnen handbereik houden, door rood fietsen om vooral niet stil te hoeven staan als we alleen zijn in het donker, de deuren van binnen sluiten als we alleen in de auto zitten ’s nachts… En ga zo maar verder. We vertellen daar zelden iemand over, zeker niet onze ouders.

Ik heb de aantekeningen voor deze blog maanden geleden in het park genoteerd. Dat was een hele overwinning, want niet alleen vond ik het eng om alles onder elkaar te zetten en de wereld in te gooien (wat verklaart waarom ik er nog eens maanden overheen liet gaan), ook moest ik van mezelf alleen naar het park om het te schrijven. Er hangt altijd een groep jongens rond in het park, waar ik langs moet. Zij hebben me nog nooit lastig gevallen, maar toch maken ze me bang. Als mijn vriend niet mee gaat, blijf ik vaak maar thuis. En daarom is feminisme nog nodig. Niet door glazen plafonds, ongelijkheid van salaris of het taboe op mannen die parttimen om voor hun kids te zorgen. Die dingen zijn zeker belangrijk, maar komen langzaam maar zeker wel. Nee, feminisme is vooral nog nodig omdat ik niet de enige ben die zich soms onveilig genoeg voelt om sleutels tussen mijn vingers te klemmen, of erger nog… om binnen te blijven.

Dat nieuwe feminisme gaat niet over vrouw vs. man (als dat al ooit zo was), maar over gelijkheid voor iedereen. Mannen spelen daarin een grote rol, zoals ook de campagne HeForShe laat zien. Mijn moeder heeft haar zoons opgevoed om meisjes thuis te brengen, of dat meisje nu hun vriendinnetje was of niet. Mijn broertje (toen 14) werd meegestuurd met mijn beste vriendin (toen 16) die vijf minuutjes moest fietsen en het was een van de weinige keren in die periode dat hij geen woord van protest gaf toen mijn moeder hem achter zijn computer vandaan haalde. Mannen helpen vrouwen. Mannen beschermen vrouwen. Dat zijn dingen die mij thuis vanzelfsprekend waren en zijn. Mijn vader fietste maar liefst 10 km om zijn vriendinnetje op te halen en thuis te brengen van en naar de stijldansles – ook toen ze al lang zijn vriendinnetje niet meer was. Mijn vriend is precies zo. Maandenlang bracht hij mij veilig thuis na het stappen, zonder daar ooit iets voor terug te krijgen of te verwachten. Misschien was dat wel een van de eerste redenen dat ik van hem ging houden en we een relatie hebben kunnen bouwen op wat eerst alleen vriendschap was. Hij beschermde me, alsof dat vanzelfsprekend was. Hij zorgde ervoor dat ik niet bang hoefde te zijn, zonder er ooit een woord aan vuil te maken of me het gevoel te geven dat ik zwak was.

Ik ben geen prinsesje, nooit geweest. Dat mannen me moeten beschermen, dat vind ik eigenlijk verschrikkelijk. Ik kom heus wel voor mezelf op. Maar toch ben ik vaak bang en op zo’n momenten is het fijn als mannen zich beschermend opstellen. Als we allemaal onze zoons opvoeden zoals mijn ouders dat hebben gedaan, dan zou mishandeling van meisjes (en jongens) en vrouwen (en mannen) toch zeker moeten kunnen verdwijnen. Dan kan iedere man ervaren dat hij zijn kracht kan gebruiken voor iets goeds, zoals ook een aantal mannen nog deze week opriep in de Volkskrant. Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen mijn leerlingen hiervan iets mee te geven. Blijkbaar had die enge man op het perron dan toch ergens gelijk in. Ik ben, met m’n grote bek, blijkbaar feminist.

Afbeelding boven aan het bericht afkomstig van ModernLace

Beste Geert

Beste Geert,

Wat fijn dat je je medelanders vraagt om mee te denken over jouw verkiezingsprogramma. Helaas zou een groot deel van de inwoners van Nederland volgens jou niet behoren tot deze ‘medelanders’. Ik heb het geluk dat niet alleen ik, maar mijn hele familie hier in Nederland geboren is. Ik ben dus zo’n ECHTE Nederlander die jij graag ziet. Of ja… zou jij mij graag zien? Ik vermoed dat mijn liefde voor andere mensen, mensen die anders zijn dan ik en toch ook heel erg hetzelfde, jou in het verkeerde keelgat zou schieten. Ik geloof namelijk dat alle mensen op de wereld bepaalde rechten hebben. Ik geloof dat iedere baby die op de wereld geboren wordt, dezelfde kansen zou moeten hebben. Helaas is dit niet zo, zelfs niet in ons mooie Nederland.

Dat je suggesties onhaalbaar zijn, lijkt mij evident. Dat ze racistisch, xenofoob en ongrondwettelijk zijn ook. Wat mij zo ontzettend bang maakt, is dat heel veel Nederlanders het blijkbaar niet meer zo ervaren. Je hebt zo veel geschreeuwd de afgelopen jaren, dat mensen zijn afgestompt en ongevoelig zijn geworden voor de harde retoriek en het onzinnige van wat je zegt. Je beschimpt het ‘nepparlement’ en al het gepolder, maar sinds wanneer is problemen in overleg oplossen iets slechts? Als je alles alleen wilt besluiten, zonder parlement, weet je hoe ze dat noemen?

Ik ben historica. Ik weet wat er gebeurt wanneer een bevolkingsgroep wordt weggezet als ‘minder’ of ‘gevaarlijk’. Ik heb in talloze bronnen gezien en gelezen wat er kan gebeuren wanneer mensen elkaar als minder dan een mens gaan zien. Als een ‘probleem’ waar een ‘oplossing’ voor moet worden gevonden. Gek genoeg zul je meteen weten waar ik het over heb, want je profileert jezelf als pro-Israel. Hoe je dit kunt combineren met je totale minachting voor iedereen die Islamiet is, is mij volstrekt onduidelijk. Welke les heb je dan geleerd van de Holocaust? Of nog zo’n voorbeeld: slavernij?

Ik ben niet alleen historica, maar ook docente. Als ik jou hoor praten, dan denk ik: ‘Heeft deze jongen ooit geschiedenisles gehad?’. Dat zal vast wel, je bent ten slotte opgegroeid in Nederland, een land waar onderwijs een basisrecht is voor kinderen. Toch heb je volgens mij wel wat lesjes gemist. Niet alleen bij de geschiedenislessen, maar ook in het leven. De lessen van medemenselijkheid, mededogen, en o ja iets heel anders: van ARGUMENTATIE. Want dat jouw verhaal geen enkele onderbouwing kent en geen van de debatten met jou over argumenten gaat, is nog zo iets wat me bang maakt. Dat je maar gewoon je eigen stokpaardjes blijft gebruiken, je one-liners de ether in gooit en mensen laat denken dat je er voor hen bent. Dat je mensen tegen elkaar uitspeelt. Dat je mensen wijsmaakt dat je hen gaat redden uit de economische malaise en van die ‘enge mensen’. Dat je immigranten een vies woord vindt, ondanks je eigen familiegeschiedenis. Ook die dingen doen me aan iemand denken, maar ik zal zijn naam maar niet noemen. Gek genoeg reageerde je eerder nooit zo goed op die vergelijking: zou je dan ergens toch zelf ook wel weten dat je je hetzelfde gedraagt als hij deed?

Beste Geert, dit is wat ik graag van je zou willen vragen. Kijk nog eens goed naar je verkiezingsprogramma en probeer te ontdekken welke rol je hart en verstand kunnen spelen, in plaats van alleen je onderbuikgevoelens. Ik hoop dat je mijn reactie en die van anderen serieus neemt. Ik ben namelijk heel serieus. Je gaat te ver en in het Nederland dat jij voor je ziet, wil ik niet wonen.

Met vriendelijke groet,
Godelieve Boselie

 

Dit bericht verscheen eerder op het Facebook-evenement ‘Beste Geert,‘ waar nog veel meer reacties te vinden zijn op het verkiezingsprogramma van Geert Wilders…

“Zou je even op mijn spullen willen passen?”

Ik liep afgelopen week de trein binnen, op zoek naar een plek waar ik vooruit kon rijden. Daarbij passeerde ik een jongen, die glimlachte en me groette. Ik ging zitten en merkte dat de jongen achter me aan kwam.

Hij: “Sorry, maar zou je misschien even op mijn spullen kunnen passen?”

Ik: “Ja hoor, natuurlijk.”

Hij: “Dan kan ik nog even een sigaret roken.”

Ik wilde zijn tassen al aanpakken, maar hij zei: “O, nee hoor, dat hoeft niet. Ik leg ze wel gewoon hier, als je er alleen even een oogje op zou willen houden?”

Ik: “O ja, dat is prima.”

De jongen legt zijn tassen in de stoel aan de overkant van het gangpad en loopt met een sigaret in zijn hand naar buiten. Ineens schiet het door me heen: als iemand die tassen zo ziet staan, na alle aanslagen de laatste tijd, zouden ze misschien de politie bellen. Zeker na de aanslagen in Duitsland vorige week, de rugzak die elke rugzak verdacht maakte. De seconde erna denk ik: ze zouden al helemaal wantrouwig worden als ze de jongen nog hadden zien weglopen. Hij was immers getint, met zwarte krullende haren en mooie donkere ogen. Blijkbaar ging er ook bij mij toch een onbewuste, kleine, diep in mijn binnenste verstopte racist iets rechter op zijn stoeltje zitten. Als dat niet zo was, had ik zelf die gedachte ook nooit gekregen. Veranderd deze gedachte nu iets voor mij? Voel ik me nu ongemakkelijk? Nee. Dat stukje holbewoner, dat instinctief in hokjes plaatst om te overleven, dat zit niet voor niets zo diep weggestopt. Gelukkig heb ik ook een (veel grotere) kant die de tijd neemt voor reflectie, die weigert in zwart-wit te denken en die niet wantrouwig in het leven wil staan.

Mijn eerste contact met de jongen was oogcontact, gevolgd door een glimlach. Dat is wie ik wil zijn. Mijn evolutionaire aanleg voor hokjesdenken en racisme, hoef wat mij betreft nooit het daglicht te zien.

Iedereen is de laatste tijd opgeschrikt door aanslagen, bang geworden en onzeker. Aanslagen in Nice, Bagdad, Istanbul, Orlando, Balad, Lahore, Aden, Irak, Brussel, Duitsland. Oorlog en bombardementen in Syrië en Irak, miljoenen vluchtelingen die geen kant op kunnen. Engeland dat verhardt na de Brexit, meldingen van racisme daar die doen denken aan de jaren ’30 in Duitsland.

Maar toch…

Tijdens aanslagen zie je de donkerste kant van de mensheid, maar ook de warmste. Als we alleen al naar Nice kijken. Taxichauffeurs reden daar nog urenlang gratis rond om mensen zo snel mogelijk weg te krijgen van de rampplek. Op de social media werd de hashtag #PortesOuvertesNice gebruikt om mensen te laten weten waar ze onderdak konden krijgen en overal in de stad zullen de deuren ook letterlijk open hebben gestaan om mensen op te vangen. Telefoontjes vol liefde gingen vanuit de overlevenden en omstanders naar hun geliefden over de hele wereld. Die verbintenissen van liefde zij veel sterker dan de tentakels van terreur. Ook hier in Nederland waren er reacties die vroegen om meer liefde en compassie, in plaats van om oorlog.

Meester Bart, 15 juli 2016

Jesse Klaver, 15 juli 2016

In de reacties was datzelfde gevoel terug te zien. Één vrouw schreef bijvoorbeeld in reactie op de post van Meester Bart het volgende:

“[…] Het valt me op dat de laatste tijd mensen meer reageren en meer terug groeten. Minder verschrikt kijken. Nu ik je post lees besef ik het me opeens. Zou het ons dan toch samenbrengen, dat verdriet in de wereld? Stilletjes hoop ik het… En dat we uiteindelijk samen het verschil zullen maken: vrede.”

Laten we luisteren naar Meester Bart en naar ons eigen hart en vandaag en alle komende dagen zo veel mogelijk glimlachen naar wie op ons pad komt. Laten we liefde en aandacht schenken aan anderen. Ook al gaat het alleen om een glimlach en even passen op iemands spullen in de trein. Laten we zorgen dat de liefde in het rond strooien. Want wie zaait, kan ook oogsten.

Credits afbeelding: Beautiful Eyes is a piece of digital artwork by David Ridley which was uploaded on November 5th, 2012.

Druk in de trein

Een vrouw staat op de roltrap het station binnen, wanneer een man zich langs haar wringt. Ze probeert verder opzij te gaan staan, maar de roltrap staat vol en naast haar staat het koffertje van de man voor haar. De man komt al foeterend langs haar en rent de rest van de roltrap op. Ze kijkt om, maar er komt verder even niemand aan. Ze struikelt bijna over het koffertje als ze van de roltrap af stapt en op zoek gaat naar de paaltjes om in te checken. Bij de studenten die voor haar lopen spiekt ze waar ze het kaartje moet houden, waardoor het haar in één keer lukt. Trots loopt ze richting trein, maar aan alle kanten komen mensen langs haar gerend en gebeend. Volgende roltrap… Dit keer let ze goed op dat ze rechts kan staan en kan iedereen langs haar rennen om de intercity nog te halen. Zuchtend loopt ze naar een bankje, maar net voor haar gaan twee meiden daar uitgebreid zitten kletsen. Ze staat er even naar te kijken, besluit dan maar verder door te lopen. Na een paar minuten komt de trein binnenrijden. Met groeiend ongemak ziet ze hoe vol die zit: moet ze daar nog bij passen? Als de trein stopt, staat ze precies voor een van de deuren. Een oud vrouwtje staat haar aan te kijken en als de deuren opengaan ziet ze de vrouw lachend haar rollator uit handen geven aan een tienerjongen en vervolgens door een mevrouw en meisje aan de arm gepakt worden. Met z’n drieën helpen ze de dame en haar rollator de trein uit en iedereen die eerst ongeduldig stond te wachten staat het ineens glimlachend te bekijken. Zo makkelijk kan het gaan.

Een echte gentleman

Meneer en mevrouw L. zijn beiden in de tachtig en zijn al 65 jaar getrouwd. Mevrouw L. laat extra hulp in de huishouding komen: “want met die twee uurtjes in de week dat ze van de gemeente komen redden we echt niet alles, daar kan dat meiske ook niks aan doen.” Ze huurt dus zelf 2,5u per week extra hulp in, voor de grote klussen. Dingen als de kasten uitruimen, wassen, weer inruimen. De wasmachine, vaatwasser en droger naar voren trekken en erachter en onder poetsen voor ze terug worden gezet. De gordijnen en ramen wassen. Alle deuren afwassen… Ga zo maar door.

“Ik heb het zelf altijd netjes gehouden”, zegt ze, “ik poetste het hele huis van boven tot onder. Dan ga ik toch zeker nu op mijn oude dag niet zitten vervuilen?!”

Bukken en tillen laat ze aan haar hulp over, maar stil gaan zitten toekijken? Ho maar. Alles wat ze nog kan, doet ze. Kast voor kast ruimt ze op, voor als zij en haar man volgend jaar verhuizen. Ze gaan naar een nieuw complex, waar de dagopvang om de hoek zit. Resoluut gaat alles wat ze niet meer nodig heeft op de ‘weg’-stapel. Veel dingen worden nog apart gehouden, “voor als de kleinkinderen er nog iets aan hebben”. De kerstspullen blijven liggen, maar alles van Pasen is al geselecteerd en het meeste is weggedaan. “Dat vieren we hier toch niet meer en in het nieuwe huis hebben we minder plaats”.

Haar man helpt door spullen als het trapje en de emmers uit de schuur te gaan halen. Daarna laat hij haar rustig begaan en gaat tussendoor boodschappen doen. Na een uurtje of anderhalf is hij terug. Kort daarna roept hij naar boven: “Zal ik de koffie al gaan zetten?” Ze antwoord: “Ja lekker. Maar het meisje drinkt liever thee, hè! Die uit de bus.” Als ze de keuken in loopt om te helpen met de kopjes (want de handen van haar man trillen, waardoor hij soms morst) kijkt ze meteen de boodschappen na. Mompelend kijkt ze in de koelkast en op het aanrecht.

“Ik dacht dat je boontjes wilde eten vanavond?” vraagt ze.

“Ja, maar er was nog niet geleverd. Ik ga zo even terug, nu zullen ze het wel hebben.”

“Oké, dat is prima hoor. Doe je de warme jas aan? Die blauwe? Het is koud buiten. En de melk mag je dan ook nog even meenemen.” Ze knipoogt naar de hulp. Twee van de vijf dingen op het lijstje vergeten is nog een redelijke score. Ze zegt nu niet hardop wat ze regelmatig zegt als hij er niet bij is: zo lang het gaat, gaat het.

Als de hulp klaar is, loopt meneer L. de gang in om haar jas te pakken. Hij komt terug met een bruine jas en houdt deze op om haar erin te helpen.

“Ik had dit keer de rode jas bij me”, zegt ze voorzichtig. Verbaasd kijkt hij naar de jas in zijn handen en schuifelt dan de gang weer in. Hij glimlacht als hij met de goede jas weer verschijnt en hem ophoudt. Terwijl hij haar erin helpt, lacht hij plotseling even: “Had ik je toch bijna de jas van mijn vrouw gegeven!” Hij begeleidt haar naar de deur. “Doe de sjaal maar stevig om, het is koud buiten.” Hij wenst haar nog een goede dag en zwaait haar uit. Zoals hem maken ze de mannen vandaag niet meer.