Blijkbaar ben ik een feminist

Ik heb mijn moeder afgelopen zomer gechoqueerd. Ik vertelde aan tafel dat ik wel eens mijn sleutels tussen mijn vingers klem, als ik in het donker alleen over straat moet. Mijn moeder begreep niet wat ik bedoelde, dus deed ik het voor: steeds één sleutel tussen twee vingers, zodat ik van me af kan bijten als er iemand op me af komt. Mijn broertje zei droog: “Waarom koop je niet gewoon een boksbeugel?” “Ja, grapjas, omdat ik die niet ga meenemen. Sleutels heb ik tenminste altijd bij me.” Ondertussen keek mijn moeder met open mond van de een naar de ander.

Omgekeerd choqueerde zij mij ook. Tijdens een eerder gesprek sprak zij de (veel gehoorde) woorden: “Ach, het feminisme heeft zijn doelen toch wel bereikt inmiddels?” Nou, vrouwen hebben stemrecht. Dus ja, de Eerste Feministische Golf is geslaagd. Dat mag ook wel, aangezien die al rond 1870 startte. Maar de Tweede Feministische Golf, die vrouwen ook op andere manieren gelijk zou maken aan mannen, die heeft zijn doel nooit bereikt. Delen daarvan gingen bijvoorbeeld ook over seksuele bevrijding en over het uitbannen van (seksueel) geweld tegen vrouwen en zoals we allemaal weten, is dit tot de dag van vandaag niet gelukt. Maar er komt wel steeds meer aandacht voor en steeds meer mensen durven erover te praten: de eerste stap naar meer ertegen kunnen doen. Filmpjes van Slachtofferhulp Nederland over het doorbreken van het stilzwijgen rond seksueel misbruik komen langs op tv. Een dappere Schotse MP, Michelle Tomson, sprak in het Lagerhuis over haar eigen verkrachting. Na de aanklachten tegen Donald Trump over seksuele intimidatie, aanranding en zelfs verkrachting, kwam er een beweging op gang: duizenden vrouwen schreven onder #WhyWomenDontReport waarom zij geen aanklacht hadden gedaan van hun eigen intimidatie, aanranding of verkrachting. Onderstaande afbeelding stond op de Facebookpagina van de World Health Organization op 25 november, de internationale dag voor het uitbannen van geweld tegen vrouwen. Blijkbaar is zo’n dag nog steeds nodig.

25-11-2016-international-day-for-the-elimination-of-violence-against-women-who

1 op de 3? Ja echt, dat staat er. Stel je dat eens voor: van alle vrouwen die je kent, heeft statistisch gezien elke derde vrouw te maken gehad met (seksueel) geweld. Ik wilde het zelf eerst niet geloven, maar heb eens nagedacht over alle dingen die ik weet. Een familielid dat is verkracht, een ander familielid werd fysiek en mentaal mishandeld door haar man, vriendinnen die zijn lastig gevallen. Als dit de verhalen zijn die ik ken (terwijl daar al zelden tot nooit over wordt gesproken), van hoeveel meer dingen zou ik dan niet weten?

Jaren geleden fietste ik alleen naar huis vanuit de stad. Mijn tasje hing aan mijn stuur en was blijkbaar een te grote verleiding voor de man die achter me fietste en die ik niet had opgemerkt. Toen de straat verlaten was, fietste hij vlak langs me en trok het tasje kapot. Daar stond ik dan, midden in de nacht, zonder telefoon, ID-kaart of huissleutels. Hij heeft mijzelf niet eens aangeraakt, maar tot de dag van vandaag krimp ik in elkaar als iemand te dicht langs me komt op de fiets. Ach ja, zoiets gebeurt iedereen wel eens in zijn leven… toch? De rest van dit bericht gaat over wat er is gebeurd in 2016.

Ik fietste weg uit de stad. Mijn vriend ging naar zijn ouders en ik naar de mijne, dus we fietsten ieder een andere kant op. Zo’n minuut later rijden vier tienerjongens op twee scooters langs. De voorste rijdt veel te dicht langs me (weet u nog wat ik daarover eerder zei?) en de achterste jongen slaat me hard op mijn billen. Toen ik daar iets van zei, werd ik uitgelachen door alle vier.

Ik ging paardrijden en stond op een grotendeels verlaten station, veel te vroeg voor de trein. Aan mijn kant van het spoor stond één man, aan de overkant wat dames. De man stond onder het afdakje, maar zag er wat onguur uit, dus ik liep een eindje door. Even later liep hij vlak achter me langs (geen fietsen, maar toch) en ik schrik, maar wil het niet laten merken. Hij gooit iets in de prullenbak en ik ontspan weer; hij had dus een reden om precies daarheen te lopen. Maar dan blijft hij vlak bij me staan en begint een gesprekje, ook nog over vreemde dingen (onder andere dat hij iets op het spoor wil gooien). Ik reageer op zijn begroeting nog vriendelijk, al snel kortaf en uiteindelijk helemaal niet meer. Hij geeft niet op. Uiteindelijk zeg ik hem dat ik het prettiger zou vinden om gewoon in m’n eentje op de trein te wachten. “Dat doe je toch? Ik sta toch niet bij je, alleen naast je.” “Nou, ik heb liever dat je weer daarachter gaat staan.” “Dit is een vrij land, ik kies zelf wel waar ik sta!” Tegen die tijd zie ik dat de dames aan de overkant ons in de gaten houden en ik weet wat ze denken: ‘arme meid’, ‘gelukkig sta ik daar niet’, ‘ik zal maar blijven opletten’, ‘moet ik hier nu iets van zeggen?’ enz. Alles wat ik zelf ook heb gedacht in dit soort situaties, maar hun ogen – op mij gericht – helpen al een beetje. Opeens loopt hij weg. Ik merk dat ik al die tijd al mijn spieren heb aangespannen. Zelfs mijn kaak is verkrampt. Ik bid dat de trein snel komt. Ik heb al bedacht dat ik in de trein bij iemand anders ga zitten, mocht de man weer mijn kant op komen. Ik zal zelfs mijn emancipatie tijdelijk opzij zetten en een sterk uitziende man om hulp vragen. Dan komt de man weer. Hij begint met een compliment over mijn (paardrijd)broek. Ik zeg ‘dank je’ (bang om hem weer boos te maken) en draai me dan weg. De vrouw die recht tegenover me staat, grimast even naar me. De man reageert beledigt. Ik kan me na een kleine tirade van zijn kant niet meer inhouden en dien hem van repliek. Ineens kijkt hij me recht aan. “Jij bent zo’n feminist.” Hij zegt het alsof het een vies woord is. Ik weet niet meer wat ik moet: negeren werkte niet, vriendelijk blijven ook niet. Dan rest nog de boosheid die in mij groeit. “Jij weet goddomme helemaal niets van mij. Waarom zou je zoiets zeggen tegen een vreemde. Laat me gewoon met rust!” Hij kijkt me giftig aan. “Je bent zeker weten zo’n vieze feminist, anders zou je nooit zo’n grote bek hebben!” Gelukkig is mijn angst beter te behappen nu de boosheid ermee is vermengt en even later loopt hij terug naar zijn plastic tas. De trein komt ein-de-lijk en ik loop een heel eind bij hem weg en kies een stevig uitziende jongeman uit om bij in de buurt te gaan zitten. Ik sta pas op het allerlaatste ogenblik op bij mijn aankomststation, terwijl ik check of ik de man nog zie. Pas tien minuten later, als ik tussen twee weilanden loop, begin ik te ontspannen. Elke keer dat ik op dat station kom (of een ander klein, verlaten station) kijk ik eerst om me heen wie er waar staat. Ook deze man heeft me niet eens aangeraakt, maar heeft wel al maandenlang invloed op mijn gevoelens en gedrag in sommige situaties.

In februari 2016 werkte ik nog in de thuiszorg en fietste van de ene cliënt naar de andere. Het was maandagmorgen, 11:30 ongeveer en prachtig, zonnig weer. In de verte zag ik een vrouw hardlopen over een voetgangersbrug, een man vlak achter haar. Pas toen ik onder de brug was, ging ik twijfelen over wat ik zag. De man en de vrouw leken niet samen te rennen. Ze had oortjes in en leek hem niet op te merken. Hij rende te dicht achter haar. Hij had geen hardloopoutfit aan. En hij rende raar, een beetje in ganzenpas. Terwijl alle radartjes schakelen, kijk ik achterom en zie nog net hoe de man de vrouw vastgrijpt; zijn broek had hij al op zijn knieën hangen. Ik hoor de vrouw gillen, spring van mijn fiets en ren er op af. Ik blijf maar roepen: “Blijf van haar af! Rot op! Blijf van haar af!” Toen ik hem weer in zicht kreeg, was de vrouw gelukkig weggerend. Ik bleef staan, me ineens bewust van het risico dat ik liep. Zonder haast trok hij zijn broek op, stond me aan te staren en liep toen weg. Ik zocht in mijn tas naar mijn mobieltje en belde met trillende handen de politie. De man bleek het een week eerder ook al te hebben geprobeerd en hij is nooit opgepakt. Die vrouw durft denk ik niet meer alleen te gaan hardlopen en als ze het wel durft, weet ik zeker dat ze bang is. Twee oordoppen in doen? Ik durf te wedden dat ze dat nooit meer doet, net als ik het vrijwel niet meer durf na mijn beroving.

Ik fietste richting mijn schoonouders vanuit het werk en ga dan altijd een klein stukje tegen de richting in op het fietspad, voordat ik een zijweg in kan slaan. Twee jongens op scooters komen me tegemoet rijden. Ze zigzaggen heen en weer. Ik ga opzij (ik zit ten slotte fout), maar ze blijven heen en weer zigzaggen tot ze vlak  bij me zijn. Ik verkramp al van angst, ben mezelf nog uit aan het foeteren dat ik niet zo overdreven moet doen als ik in mijn gezicht wordt gespuugd en wordt uitgemaakt voor hoer.

Ik ben betast met het uitgaan.

Ik ben meerdere keren nagefloten door jongens, die agressieve taal gebruiken als ik ze negeer.

Meneer C. was één van mijn cliënten in de thuiszorg. Een oude, eenzame man. Ik moest vak streng zeggen dat ik weer aan het werk moest, want het liefste dronk hij de hele drie uur thee met me. Toen hij me op een dag als begroeting op een wang kuste, duwde ik hem voorzichtig weg en zei dat ik dat niet wilde. De keer erna deed hij het weer. Ik duwde hem weer weg, dit keer een stuk minder voorzichtig en hij pakte mijn hand en bleef ‘sorry’ zeggen. Ik ging op de bank zitten en hij kwam naast me zitten, zo dicht naast me dat onze benen elkaar bijna raakten en pakte weer mijn hand. Ik trok mijn hand los en schoof weg. Ik dreigde dat als hij me nog één keer aanraakte, ik nooit meer zou komen. Hij huilde toen ik wegging en zei: “Ik hoop dat je niet boos bent.” Ik zei dat ik niet boos was, maar dat ik kwam om te werken en dat ik niet wilde worden aangeraakt. Hij zei eindelijk dat hij het nooit meer zou doen. Voordat ik weer bij hem moest zijn, kreeg ik onverwachts een andere baan. Ik was opgelucht dat ik hem nooit meer hoefde te zien, maar als ik terugdenk aan zijn overduidelijke eenzaamheid voel ik toch vooral veel medelijden.

Ik fietste deze zomer van de supermarkt naar huis. Om mijn wijk in te fietsen, moet ik een redelijk drukke weg oversteken. Het wordt groen en ik stap net op mijn fiets als ik me realiseer dat ik een auto hoor aankomen. “Dit klinkt te hard, waarom stopt hij niet, waarom remt hij niet, die auto gaat te hard” schiet door me heen en ik kijk naar links. Een autootje gaat vol in de remmen, de rook slaat van de banden en de auto slipt even heen en weer, maar… kan nog op tijd stoppen. Vier jongens zitten erin en wat me choqueert: ze zitten te lachen. Was dat expres? Ik fiets snel verder, de wijk in, terwijl de adrenaline door me heen giert en ik zit te trillen op mijn fiets. Dan hoor ik een auto en kijk om. Ze volgen me, terwijl ze eerst niet deze kant op gingen. Ik fiets steeds harder, ben blij met de hoge drempels die hen dwingen om af te remmen. Een auto voor me remt af, de vrouw doet haar raampje naar beneden. “Vallen ze je lastig? Ik blijf wel even naast je rijden.” Ik kan haar wel zoenen. De jongens slaan af. Ik ben bijna thuis en zwaai naar de vrouw. Vlak voor ik bij ons pleintje afstap, zie ik een witte auto in mijn ooghoek. Ze komen een zijstraat uit. Wat moet ik nu? Ik wil niet dat ze zien waar ik woon. Mijn vriend is niet thuis, wat als ze op me afkomen? Gelukkig is het druk bij de friture op de hoek. De jongens kijken eens om zich heen en rijden dan weg. Snel loop ik naar onze voordeur, ga ons appartement binnen en zet de boodschappen op de grond. Minutenlang zit ik op de bank, tot het trillen is opgehouden. Als ik alleen fiets, let ik nu vaak op de auto’s om me heen. Een tijd lang schrok ik bij elke witte auto die langs me reed. Het is niet logisch, maar het gebeurde wel.

Als ik het met vriendinnen over dit soort gebeurtenissen heb, hebben ze allemaal vergelijkbare verhalen. Iedereen kent wel iemand (dichterbij of verder weg) die is aangerand of verkracht. Allemaal worden we wel eens lastig gevallen als we over straat lopen, als we uitgaan, terwijl we boodschappen doen. Allemaal voelen we ons regelmatig onveilig en lang niet alleen in het donker. Allemaal hebben we ‘trucjes’ om ermee om te gaan. Sleutels tussen de vingers, iemand bellen onder het fietsen, doen alsof we iemand bellen onder het fietsen, de telefoon binnen handbereik houden, door rood fietsen om vooral niet stil te hoeven staan als we alleen zijn in het donker, de deuren van binnen sluiten als we alleen in de auto zitten ’s nachts… En ga zo maar verder. We vertellen daar zelden iemand over, zeker niet onze ouders.

Ik heb de aantekeningen voor deze blog maanden geleden in het park genoteerd. Dat was een hele overwinning, want niet alleen vond ik het eng om alles onder elkaar te zetten en de wereld in te gooien (wat verklaart waarom ik er nog eens maanden overheen liet gaan), ook moest ik van mezelf alleen naar het park om het te schrijven. Er hangt altijd een groep jongens rond in het park, waar ik langs moet. Zij hebben me nog nooit lastig gevallen, maar toch maken ze me bang. Als mijn vriend niet mee gaat, blijf ik vaak maar thuis. En daarom is feminisme nog nodig. Niet door glazen plafonds, ongelijkheid van salaris of het taboe op mannen die parttimen om voor hun kids te zorgen. Die dingen zijn zeker belangrijk, maar komen langzaam maar zeker wel. Nee, feminisme is vooral nog nodig omdat ik niet de enige ben die zich soms onveilig genoeg voelt om sleutels tussen mijn vingers te klemmen, of erger nog… om binnen te blijven.

Dat nieuwe feminisme gaat niet over vrouw vs. man (als dat al ooit zo was), maar over gelijkheid voor iedereen. Mannen spelen daarin een grote rol, zoals ook de campagne HeForShe laat zien. Mijn moeder heeft haar zoons opgevoed om meisjes thuis te brengen, of dat meisje nu hun vriendinnetje was of niet. Mijn broertje (toen 14) werd meegestuurd met mijn beste vriendin (toen 16) die vijf minuutjes moest fietsen en het was een van de weinige keren in die periode dat hij geen woord van protest gaf toen mijn moeder hem achter zijn computer vandaan haalde. Mannen helpen vrouwen. Mannen beschermen vrouwen. Dat zijn dingen die mij thuis vanzelfsprekend waren en zijn. Mijn vader fietste maar liefst 10 km om zijn vriendinnetje op te halen en thuis te brengen van en naar de stijldansles – ook toen ze al lang zijn vriendinnetje niet meer was. Mijn vriend is precies zo. Maandenlang bracht hij mij veilig thuis na het stappen, zonder daar ooit iets voor terug te krijgen of te verwachten. Misschien was dat wel een van de eerste redenen dat ik van hem ging houden en we een relatie hebben kunnen bouwen op wat eerst alleen vriendschap was. Hij beschermde me, alsof dat vanzelfsprekend was. Hij zorgde ervoor dat ik niet bang hoefde te zijn, zonder er ooit een woord aan vuil te maken of me het gevoel te geven dat ik zwak was.

Ik ben geen prinsesje, nooit geweest. Dat mannen me moeten beschermen, dat vind ik eigenlijk verschrikkelijk. Ik kom heus wel voor mezelf op. Maar toch ben ik vaak bang en op zo’n momenten is het fijn als mannen zich beschermend opstellen. Als we allemaal onze zoons opvoeden zoals mijn ouders dat hebben gedaan, dan zou mishandeling van meisjes (en jongens) en vrouwen (en mannen) toch zeker moeten kunnen verdwijnen. Dan kan iedere man ervaren dat hij zijn kracht kan gebruiken voor iets goeds, zoals ook een aantal mannen nog deze week opriep in de Volkskrant. Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen mijn leerlingen hiervan iets mee te geven. Blijkbaar had die enge man op het perron dan toch ergens gelijk in. Ik ben, met m’n grote bek, blijkbaar feminist.

Afbeelding boven aan het bericht afkomstig van ModernLace

Beste Geert

Beste Geert,

Wat fijn dat je je medelanders vraagt om mee te denken over jouw verkiezingsprogramma. Helaas zou een groot deel van de inwoners van Nederland volgens jou niet behoren tot deze ‘medelanders’. Ik heb het geluk dat niet alleen ik, maar mijn hele familie hier in Nederland geboren is. Ik ben dus zo’n ECHTE Nederlander die jij graag ziet. Of ja… zou jij mij graag zien? Ik vermoed dat mijn liefde voor andere mensen, mensen die anders zijn dan ik en toch ook heel erg hetzelfde, jou in het verkeerde keelgat zou schieten. Ik geloof namelijk dat alle mensen op de wereld bepaalde rechten hebben. Ik geloof dat iedere baby die op de wereld geboren wordt, dezelfde kansen zou moeten hebben. Helaas is dit niet zo, zelfs niet in ons mooie Nederland.

Dat je suggesties onhaalbaar zijn, lijkt mij evident. Dat ze racistisch, xenofoob en ongrondwettelijk zijn ook. Wat mij zo ontzettend bang maakt, is dat heel veel Nederlanders het blijkbaar niet meer zo ervaren. Je hebt zo veel geschreeuwd de afgelopen jaren, dat mensen zijn afgestompt en ongevoelig zijn geworden voor de harde retoriek en het onzinnige van wat je zegt. Je beschimpt het ‘nepparlement’ en al het gepolder, maar sinds wanneer is problemen in overleg oplossen iets slechts? Als je alles alleen wilt besluiten, zonder parlement, weet je hoe ze dat noemen?

Ik ben historica. Ik weet wat er gebeurt wanneer een bevolkingsgroep wordt weggezet als ‘minder’ of ‘gevaarlijk’. Ik heb in talloze bronnen gezien en gelezen wat er kan gebeuren wanneer mensen elkaar als minder dan een mens gaan zien. Als een ‘probleem’ waar een ‘oplossing’ voor moet worden gevonden. Gek genoeg zul je meteen weten waar ik het over heb, want je profileert jezelf als pro-Israel. Hoe je dit kunt combineren met je totale minachting voor iedereen die Islamiet is, is mij volstrekt onduidelijk. Welke les heb je dan geleerd van de Holocaust? Of nog zo’n voorbeeld: slavernij?

Ik ben niet alleen historica, maar ook docente. Als ik jou hoor praten, dan denk ik: ‘Heeft deze jongen ooit geschiedenisles gehad?’. Dat zal vast wel, je bent ten slotte opgegroeid in Nederland, een land waar onderwijs een basisrecht is voor kinderen. Toch heb je volgens mij wel wat lesjes gemist. Niet alleen bij de geschiedenislessen, maar ook in het leven. De lessen van medemenselijkheid, mededogen, en o ja iets heel anders: van ARGUMENTATIE. Want dat jouw verhaal geen enkele onderbouwing kent en geen van de debatten met jou over argumenten gaat, is nog zo iets wat me bang maakt. Dat je maar gewoon je eigen stokpaardjes blijft gebruiken, je one-liners de ether in gooit en mensen laat denken dat je er voor hen bent. Dat je mensen tegen elkaar uitspeelt. Dat je mensen wijsmaakt dat je hen gaat redden uit de economische malaise en van die ‘enge mensen’. Dat je immigranten een vies woord vindt, ondanks je eigen familiegeschiedenis. Ook die dingen doen me aan iemand denken, maar ik zal zijn naam maar niet noemen. Gek genoeg reageerde je eerder nooit zo goed op die vergelijking: zou je dan ergens toch zelf ook wel weten dat je je hetzelfde gedraagt als hij deed?

Beste Geert, dit is wat ik graag van je zou willen vragen. Kijk nog eens goed naar je verkiezingsprogramma en probeer te ontdekken welke rol je hart en verstand kunnen spelen, in plaats van alleen je onderbuikgevoelens. Ik hoop dat je mijn reactie en die van anderen serieus neemt. Ik ben namelijk heel serieus. Je gaat te ver en in het Nederland dat jij voor je ziet, wil ik niet wonen.

Met vriendelijke groet,
Godelieve Boselie

 

Dit bericht verscheen eerder op het Facebook-evenement ‘Beste Geert,‘ waar nog veel meer reacties te vinden zijn op het verkiezingsprogramma van Geert Wilders…

“Zou je even op mijn spullen willen passen?”

Ik liep afgelopen week de trein binnen, op zoek naar een plek waar ik vooruit kon rijden. Daarbij passeerde ik een jongen, die glimlachte en me groette. Ik ging zitten en merkte dat de jongen achter me aan kwam.

Hij: “Sorry, maar zou je misschien even op mijn spullen kunnen passen?”

Ik: “Ja hoor, natuurlijk.”

Hij: “Dan kan ik nog even een sigaret roken.”

Ik wilde zijn tassen al aanpakken, maar hij zei: “O, nee hoor, dat hoeft niet. Ik leg ze wel gewoon hier, als je er alleen even een oogje op zou willen houden?”

Ik: “O ja, dat is prima.”

De jongen legt zijn tassen in de stoel aan de overkant van het gangpad en loopt met een sigaret in zijn hand naar buiten. Ineens schiet het door me heen: als iemand die tassen zo ziet staan, na alle aanslagen de laatste tijd, zouden ze misschien de politie bellen. Zeker na de aanslagen in Duitsland vorige week, de rugzak die elke rugzak verdacht maakte. De seconde erna denk ik: ze zouden al helemaal wantrouwig worden als ze de jongen nog hadden zien weglopen. Hij was immers getint, met zwarte krullende haren en mooie donkere ogen. Blijkbaar ging er ook bij mij toch een onbewuste, kleine, diep in mijn binnenste verstopte racist iets rechter op zijn stoeltje zitten. Als dat niet zo was, had ik zelf die gedachte ook nooit gekregen. Veranderd deze gedachte nu iets voor mij? Voel ik me nu ongemakkelijk? Nee. Dat stukje holbewoner, dat instinctief in hokjes plaatst om te overleven, dat zit niet voor niets zo diep weggestopt. Gelukkig heb ik ook een (veel grotere) kant die de tijd neemt voor reflectie, die weigert in zwart-wit te denken en die niet wantrouwig in het leven wil staan.

Mijn eerste contact met de jongen was oogcontact, gevolgd door een glimlach. Dat is wie ik wil zijn. Mijn evolutionaire aanleg voor hokjesdenken en racisme, hoef wat mij betreft nooit het daglicht te zien.

Iedereen is de laatste tijd opgeschrikt door aanslagen, bang geworden en onzeker. Aanslagen in Nice, Bagdad, Istanbul, Orlando, Balad, Lahore, Aden, Irak, Brussel, Duitsland. Oorlog en bombardementen in Syrië en Irak, miljoenen vluchtelingen die geen kant op kunnen. Engeland dat verhardt na de Brexit, meldingen van racisme daar die doen denken aan de jaren ’30 in Duitsland.

Maar toch…

Tijdens aanslagen zie je de donkerste kant van de mensheid, maar ook de warmste. Als we alleen al naar Nice kijken. Taxichauffeurs reden daar nog urenlang gratis rond om mensen zo snel mogelijk weg te krijgen van de rampplek. Op de social media werd de hashtag #PortesOuvertesNice gebruikt om mensen te laten weten waar ze onderdak konden krijgen en overal in de stad zullen de deuren ook letterlijk open hebben gestaan om mensen op te vangen. Telefoontjes vol liefde gingen vanuit de overlevenden en omstanders naar hun geliefden over de hele wereld. Die verbintenissen van liefde zij veel sterker dan de tentakels van terreur. Ook hier in Nederland waren er reacties die vroegen om meer liefde en compassie, in plaats van om oorlog.

Meester Bart, 15 juli 2016

Jesse Klaver, 15 juli 2016

In de reacties was datzelfde gevoel terug te zien. Één vrouw schreef bijvoorbeeld in reactie op de post van Meester Bart het volgende:

“[…] Het valt me op dat de laatste tijd mensen meer reageren en meer terug groeten. Minder verschrikt kijken. Nu ik je post lees besef ik het me opeens. Zou het ons dan toch samenbrengen, dat verdriet in de wereld? Stilletjes hoop ik het… En dat we uiteindelijk samen het verschil zullen maken: vrede.”

Laten we luisteren naar Meester Bart en naar ons eigen hart en vandaag en alle komende dagen zo veel mogelijk glimlachen naar wie op ons pad komt. Laten we liefde en aandacht schenken aan anderen. Ook al gaat het alleen om een glimlach en even passen op iemands spullen in de trein. Laten we zorgen dat de liefde in het rond strooien. Want wie zaait, kan ook oogsten.

Credits afbeelding: Beautiful Eyes is a piece of digital artwork by David Ridley which was uploaded on November 5th, 2012.

Druk in de trein

Een vrouw staat op de roltrap het station binnen, wanneer een man zich langs haar wringt. Ze probeert verder opzij te gaan staan, maar de roltrap staat vol en naast haar staat het koffertje van de man voor haar. De man komt al foeterend langs haar en rent de rest van de roltrap op. Ze kijkt om, maar er komt verder even niemand aan. Ze struikelt bijna over het koffertje als ze van de roltrap af stapt en op zoek gaat naar de paaltjes om in te checken. Bij de studenten die voor haar lopen spiekt ze waar ze het kaartje moet houden, waardoor het haar in één keer lukt. Trots loopt ze richting trein, maar aan alle kanten komen mensen langs haar gerend en gebeend. Volgende roltrap… Dit keer let ze goed op dat ze rechts kan staan en kan iedereen langs haar rennen om de intercity nog te halen. Zuchtend loopt ze naar een bankje, maar net voor haar gaan twee meiden daar uitgebreid zitten kletsen. Ze staat er even naar te kijken, besluit dan maar verder door te lopen. Na een paar minuten komt de trein binnenrijden. Met groeiend ongemak ziet ze hoe vol die zit: moet ze daar nog bij passen? Als de trein stopt, staat ze precies voor een van de deuren. Een oud vrouwtje staat haar aan te kijken en als de deuren opengaan ziet ze de vrouw lachend haar rollator uit handen geven aan een tienerjongen en vervolgens door een mevrouw en meisje aan de arm gepakt worden. Met z’n drieën helpen ze de dame en haar rollator de trein uit en iedereen die eerst ongeduldig stond te wachten staat het ineens glimlachend te bekijken. Zo makkelijk kan het gaan.

Een echte gentleman

Meneer en mevrouw L. zijn beiden in de tachtig en zijn al 65 jaar getrouwd. Mevrouw L. laat extra hulp in de huishouding komen: “want met die twee uurtjes in de week dat ze van de gemeente komen redden we echt niet alles, daar kan dat meiske ook niks aan doen.” Ze huurt dus zelf 2,5u per week extra hulp in, voor de grote klussen. Dingen als de kasten uitruimen, wassen, weer inruimen. De wasmachine, vaatwasser en droger naar voren trekken en erachter en onder poetsen voor ze terug worden gezet. De gordijnen en ramen wassen. Alle deuren afwassen… Ga zo maar door.

“Ik heb het zelf altijd netjes gehouden”, zegt ze, “ik poetste het hele huis van boven tot onder. Dan ga ik toch zeker nu op mijn oude dag niet zitten vervuilen?!”

Bukken en tillen laat ze aan haar hulp over, maar stil gaan zitten toekijken? Ho maar. Alles wat ze nog kan, doet ze. Kast voor kast ruimt ze op, voor als zij en haar man volgend jaar verhuizen. Ze gaan naar een nieuw complex, waar de dagopvang om de hoek zit. Resoluut gaat alles wat ze niet meer nodig heeft op de ‘weg’-stapel. Veel dingen worden nog apart gehouden, “voor als de kleinkinderen er nog iets aan hebben”. De kerstspullen blijven liggen, maar alles van Pasen is al geselecteerd en het meeste is weggedaan. “Dat vieren we hier toch niet meer en in het nieuwe huis hebben we minder plaats”.

Haar man helpt door spullen als het trapje en de emmers uit de schuur te gaan halen. Daarna laat hij haar rustig begaan en gaat tussendoor boodschappen doen. Na een uurtje of anderhalf is hij terug. Kort daarna roept hij naar boven: “Zal ik de koffie al gaan zetten?” Ze antwoord: “Ja lekker. Maar het meisje drinkt liever thee, hè! Die uit de bus.” Als ze de keuken in loopt om te helpen met de kopjes (want de handen van haar man trillen, waardoor hij soms morst) kijkt ze meteen de boodschappen na. Mompelend kijkt ze in de koelkast en op het aanrecht.

“Ik dacht dat je boontjes wilde eten vanavond?” vraagt ze.

“Ja, maar er was nog niet geleverd. Ik ga zo even terug, nu zullen ze het wel hebben.”

“Oké, dat is prima hoor. Doe je de warme jas aan? Die blauwe? Het is koud buiten. En de melk mag je dan ook nog even meenemen.” Ze knipoogt naar de hulp. Twee van de vijf dingen op het lijstje vergeten is nog een redelijke score. Ze zegt nu niet hardop wat ze regelmatig zegt als hij er niet bij is: zo lang het gaat, gaat het.

Als de hulp klaar is, loopt meneer L. de gang in om haar jas te pakken. Hij komt terug met een bruine jas en houdt deze op om haar erin te helpen.

“Ik had dit keer de rode jas bij me”, zegt ze voorzichtig. Verbaasd kijkt hij naar de jas in zijn handen en schuifelt dan de gang weer in. Hij glimlacht als hij met de goede jas weer verschijnt en hem ophoudt. Terwijl hij haar erin helpt, lacht hij plotseling even: “Had ik je toch bijna de jas van mijn vrouw gegeven!” Hij begeleidt haar naar de deur. “Doe de sjaal maar stevig om, het is koud buiten.” Hij wenst haar nog een goede dag en zwaait haar uit. Zoals hem maken ze de mannen vandaag niet meer.

Altijd 49 graden

10473198_10205292805223519_7362784476755464500_n

Er wordt omgeroepen dat de trein door een sein- en wisselstoring helaas niet verder zal rijden dan Eindhoven. De volgende trein zou een kwartier later moeten vertrekken. Onder het uitstappen hoor ik een meid zeggen: “Iedereen moet er hier uit”. Ik kijk om en zie dat de man tegen wie ze het heeft moeilijk kijkt. Ze probeert het in het Engels: “We need to get out, the train isn’t going any further”. Nu knikt de man, bedankt haar en loopt mee de trein uit. Hij is een jaar of vijftig, met alleen een plastic zak in zijn handen. Bij het uitstappen trekt hij de muts verder over zijn oren en steekt zijn handen in zijn broekzakken. Zoekend kijkt hij om zich heen.

                “I need to catch the same train, I’ll show you where.”

Hij knikt weer vriendelijk en volgt me naar het andere perron. Ik moet nog iets te eten kopen en zeg hem dat ik zo terug ben, maar als ik hem niet vindt, dat hij dan gewoon de eerste trein van dit perron moet nemen. Hij bedankt en loopt weg. In de Kiosk besluit ik in een opwelling een extra croissantje te kopen: de man zag eruit alsof hij op zijn tandvlees loopt.

Ik kijk zoekend om me heen en zie hem uiteindelijk een heel eind verderop staan – in de zon natuurlijk, waar het minder koud is. Ik wil me niet opdringen, dus zoek een eigen plekje in de zon en eet mijn croissant. Na een paar minuten loopt hij voor me langs en blijft een paar meter verder staan. Hij bekijkt een papiertje en controleert op het elektronische bord de plaatsnamen waar de trein langskomt. Als ik in zijn schoenen stond, zou ik nog banger zijn me op te dringen, dus ik overwin mijn eigen  scrupules en loop op hem af.

                “Do you need to transfer in Utrecht?” Opgelucht kijkt hij me aan.

“Yes, I wanted to ask you.”

Ik leg hem uit dat hij er bij het tweede station uit moet en waarschuw dat Utrecht een groot station is.

                “Ask someone from the train staff where you need to go: they wear blue with a bit of yellow.” Hij knikt en kijkt weer op zijn blaadje. De reis staat er uitgelegd in het Engels, met begeleidende foto’s van de verschillende soorten treinen en in- en uitcheckpaaltjes.

                “Where are you from?”, vraag ik.

“Iran…”. Hij kruipt nog wat dieper in zijn jas en vervolgt dan: “Tell me… I’m going to the north now, yes?”

                “Uhh, yes.” Hij zucht diep en constateert: “So it’s even colder where I am going.”

Wat moet ik daar nou op antwoorden? Eigenlijk is het in Limburg vaak kouder, maar een uitleg van land- en zeeklimaten lijkt me niet echt nuttig. Ik houd het op: “Sometimes. But the Netherlands is a small country, there’s not much difference.”

De trein komt eraan, maar hij is natuurlijk al overvol. De man loopt door richting eersteklas: “We can sit here, there is space!” Ik leg uit dat we daar niet mogen zitten en gelukkig vinden we nog twee stoelen in de tweede klas.

                “It was warmer in Iran, I guess?” breng ik het gesprek weer op gang. Lachend vertelt hij dat er veel verschil is tussen de regio’s, maar dat het bij hem in de regio wel 49 graden kon worden.

                “But always 49, never above!” voegt hij toe. Ik kijk moeilijk denk ik, want hij legt uit dat ze bij temperaturen van 50 en hoger niet hoefden te werken. “So it is always 49 degrees, you see? Always 49, never 50.” Hierna praten wij over zijn reis. Hij is via Frankrijk gekomen, waar hij eerst heeft geprobeerd naar Engeland te gaan.

                “Because I know the language, see? I thought it would be too hard to learn another new language.” Even praten we over het Nederlands en de reputatie die het heeft als een van de moeilijkste talen om te leren, maar dan begint hij over het landschap. Hij mist de bergen zegt hij: “But it is really beautiful here, even without mountains!” Ik kijk uit het raam.

                “Well, it helps that the sun is shining.”

Meteen vertelt hij over de documentaire die hij ooit zag, over alle schilders die naar ‘Holland’ kwamen omdat het licht hier zo speciaal is. Weer kijkt hij naar buiten en hij glimlacht een beetje. “Now I understand”, zegt hij zachtjes.

In Iran was hij accountant en vertaler. Hij is erg opgelucht om te merken dat hij zich hier goed kan redden in het Engels, anders dan in Frankrijk. Als vertaler kan hij vast veel goed doen onder de andere asielzoekers en als ik hem dat zeg, lijkt hij een beetje te groeien. Hij vertelt dat hij zo moe is, dat hij de hele nacht heeft gereisd.

                “The first thing I’ll do when I get there is rest. It’s the only thing I need right now.” Hij kijkt weer naar de reisplanner en ik probeer hem zo goed mogelijk uit te leggen hoe hij verder moet reizen na Utrecht. Fronsend kijkt hij naar de vreemde plaatsnamen.

                “I don’t know the cities yet. When I’m settled, I’ll study! And I’ll visit them, I want to get to know my new country.”

Ik weet dat Iran als thuisland geen garanties geeft voor een verblijfsvergunning, verre van zelfs, maar ik zeg maar niets. Hij vraagt of ik studeer en als hij hoort dat ik op zoek ben naar een baan, wenst hij me veel succes. Vlak voor ik de trein uit moet geef ik hem de croissant. Hij blijft weigeren hem aan te nemen, totdat ik zeg: “I’m full! Please take it, I’m not hungry anymore. I have to much.” Eindelijk neemt hij hem aan en één seconde later zet hij zijn tanden erin. Hij is duidelijk uitgehongerd. Ik sta op en pak mijn spullen bij elkaar en hij kijkt me glimlachend aan.

                “I wish all the good for you.”

“I wish you the same. Safe travels and good luck.”

Ik stap uit en kijk recht in de zon. Ik hoop dat hij goed aankomt in Ter Apel. Ik hoop dat hij zijn plekje in het speciale licht van Nederland mag krijgen.

Serious Request

3fm-serious-request-2015-serious-ambtenaar-gemeente-heerlen-nm2y31xkd

 

Ergens in de treincoupé zijn twee jongens in discussie. Aan hun krakende en soms overslaande stemmen te horen, zitten zij midden in de puberteit. Een vrouw vraagt waar ze vandaan komen.

“Uit Harderwijk”, antwoordt een van de twee.

“Moeten jullie nog helemaal naar Harderkijk! Dat is nog een lange reis. Waar zijn jullie geweest dan?”

“Uhh.. in Heerlen?” Zijn stem klinkt verward, alsof hij zich afvraagt wat deze vreemde van hen moet.

“Oh, wat waren jullie daar gaan doen dan?”

De andere jongen neemt het over: “We zijn naar Serious Request geweest.”

“Wat is dat voor iets?”

“Drie DJ’s van 3FM die geld inzamelen. Die zitten daar in het Glazen Huis.”

“Glazen Huis? Wat moet ik me daarbij voorstellen, echt een soort huis van glas?”

“Ja de DJ’s zitten achter glas, zodat je kan zien wat ze doen. Hoe ze radio maken en er zijn optredens enzo. Ze blijven daar een week zitten. En iedereen gaat naar dat plein om mee te feesten en om geld te doneren.”

“Klinkt leuk! Ja dat Glazen Huis is ook bij ons in Eindhoven geweest geloof ik, maar ik ben zelf nooit geweest hoor. Dus jullie gingen voor de muziek?”

“Ja en om geld te doneren.”

“Ook dat nog! Wat goed van jullie.”

“We hadden met school geld ingezameld.”

“Wat was het voor goed doel dan?”

“Voor oorlogsgebieden… ik weet niet, gewoon dat kinderen daar naar school kunnen enzo…” begint de een. De ander neemt het algauw over: “Ja, het was voor jongeren in conflictgebieden. Zoals Syrië en Congo. Van het geld willen ze scholen bouwen en opvanghuizen voor kindsoldaten en dat soort dingen.”

“Ja die mensen uit Syrië… Ik snap niet dat mensen daar zo slecht over praten steeds. Alsof ze er zelf voor kiezen om oorlog te krijgen in hun land. En dan zie je ze zo lopen op het journaal, met alleen een plastic zakje vol met… ja met wat eigenlijk? Wat zou je nou meenemen op zo’n reis?”

“Een deken ofzo neem ik aan. En misschien wat brood?”, suggereert de een. De ander vult aan: “Een paspoort ook neem ik aan. Lijkt me wel handig als je de grens over moet.” Het blijft een tijdje stil. Dan mompelt de vrouw: “Ik zou het helemaal zwaar klote vinden als ik mijn land moest verlaten.”

“Ja… Ja, ik ook.”

Hun gesprek gaat verloren in het omroepbericht, dat de trein over enkele ogenblikken zal arriveren op station Weert. Als het weer stil wordt is het gesprek op asielzoekers in Nederland uitgekomen. De vrouw roept verbaasd uit: “Zo veel?!”

“Ja, ze zitten daar in zo’n natuurgebied vlak bij de stad.”

“Maar duizenden mensen samen… Ze hebben dan toch wel een eigen plekje zeker?”

“Nee, niks.”

 

Ineens mengt een andere stem zich in het gesprek. Ze spreekt Engels, met een vet Amerikaans accent.

“Where are you from?”

“Uhh… me from Hilversum and him from Harderwijk. You?”

“I’m from the United States, from Texas actually.” Ze vertelt dat haar neef in Maastricht studeert en dat de hele familie samen naar Nederland was gekomen om hem op te zoeken en vakantie te houden. Ze is nu op weg naar Schiphol, om terug te vliegen.

“Die heeft dus nog een langere reis voor de boeg dan jullie, jongens!” roept de oudere vrouw. Hierna laat ze zich niet meer horen, tot de conducteur station Eindhoven omroept.

“Dag jongens, goede reis nog! Ik vond het leuk om even met jullie te kletsen.”

“Dag mevrouw.”

 

Er wordt niet meer gesproken. Blijkbaar voelen de jongens geen aandrang om met de Amerikaanse meid te praten. Zo te horen zijn zij beiden verdiept in hun mobieltje. Na ongeveer tien minuten klinkt dan ineens toch weer een stem.

“Jezus, die was echt wereldvreemd.”

“Ja, en oud.”

“Ze wist niet eens wat het Glazen Huis was!”

“Ik geloof dat ze niet eens wist wat 3FM is…”

“Het was echt gênant man. Ik bedoel, die denkt vast ‘die jongens zie ik toch nooit meer’, maar dan nog zou ik me schamen.”

“Ze begon ook over van die random dingen steeds.”

“Ja man!”

 

Hun vernietigend oordeel uitgesproken over de vrouw, verdiepen de jongens zich weer in hun telefoon.